Danseressen
Theo van Doesburg (1883 - 1931)
Datum
1916
Materiaal
Caseïne en/of olieverf op asbesthoudende cementplaat
Afmetingen
Tweeluik: 48 × 62 cm
Soort werk
Schilderijen
Inventarisnummer
KM 100.364
Bron
Schenking Van Moorsel aan de Staat der Nederlanden 1981, overgedragen door Instituut Collectie Nederland in 2005
Theosofie
Theo van Doesburg heeft net als veel andere kunstenaars in zijn tijd grote belangstelling voor de theosofie. Volgens deze religieuze filosofie ligt aan de waarneembare, chaotische wereld een goddelijke of universele orde ten grondslag. Daarin is de relatie tussen de mens en de kosmos, tussen het aardse en het hogere, het materiële en het spirituele volmaakt in harmonie. De mens kan zich door 'geestelijk' te leven bewust worden van deze relatie en zich verenigen met de kosmos.
Universele harmonie
Van Doesburg vindt dat ook de kunst deze universele harmonie moet uitdrukken. Hij streeft naar een zuivere kunst, waarin kleur en vorm symbool van het innerlijk zijn. Zijn voorbeeld is de Indiase kunst. Daarin worden kleuren en vormen niet gebruikt om de natuur na te bootsen, maar om een geestelijke gesteldheid uit te drukken.
Fluitspelende Krishna
De danseressen op dit tweeluik zijn een geabstraheerde weergave van een fluitspelende Krishna. Ze zijn gebaseerd op een Indiaas beeldje van deze hindoeïstische godheid. Van Doesburg laat het beeldje van twee kanten zien: van voren op het rechterpaneel en van achteren op het linkerpaneel.
